Zinneke, welk stadsproject?
I. OVER HET PUBLIEK EN DE NETWERKEN…
Zinneke neemt de complexe, stedelijke realiteit als uitgangspunt voor haar acties.
Uitgangspunt: de sociale en culturele diversiteit van Brussel biedt een meerwaarde. Zinneke draagt een steentje bij in het doorbreken van de sociale en politieke grenzen die deze stad zo gefragmenteerd en vol van tegenstrijdigheden maakt. De instellingen zijn onaangepast en versnipperd, de werkloosheid is gigantisch (zeker onder de jongeren), de armoede stijgt, uitsluitingsmechanismen blijven bestaan in het onderwijs, de crisis in de huisvestingssector staat torenhoog op de agenda.
Uitgangspunten:
- Zinneke staat open voor iedereen… in zoverre iedere deelnemer en partner open staat voor de andere.
- Zinneke moet duurzame contacten en uitwisselingen creëren tussen diverse sociale en culturele klassen, groepen en netwerken in de stad.
- Er moeten prioritaire inspanningen geleverd worden voor een actieve participatie van bewoners die het niet gewoon zijn om zich te engageren in publieke, culturele acties en/of die afgeschermd leven.
- Een bijzondere aandacht moet gaan naar groepen die tot op heden niet of onvoldoende bereikt worden. Adolescenten, ouderen en bepaalde sociale en culturele groepen maken hier deel van uit.
II. OVER DE VERHOUDINGEN MET DE INSTELLINGEN EN DE INFORMELE NETWERKEN…
Het model waarbij bewonersparticipatie exclusief georganiseerd wordt via het professionele verenigingsleven heeft zijn grenzen getoond. Het is essentieel om naar ander manieren te zoeken om mensen te laten participeren. Samenwerkingsverbanden kunnen worden opgebouwd door de eigen gekende paden te verlaten en te werken met de eigenheid en bijdrage van de veelheid van actoren die in de stad en de wijken actief zijn.
Uitgangspunten:
- Zinneke is geen uitstalraam voor de verenigingen en organisaties uit de wijken. Zinneke moet zich zijn publiek verbeelden en het bestaande publiek van de instellingen niet voor gegeven nemen.
- Zinneke wenst samen te werken met lokale organisaties en instellingen die daadwerkelijk bereid zijn om gezamenlijk een nieuw sociaal-artistiek en stedelijk project op te zetten.
- Samenwerkingsverbanden moeten uitgebouwd worden met enkele belangrijke culturele instellingen die vanuit een open, interculturele, intercommunautaire en stedelijke aanpak werken.
- De samenwerking met meer informele netwerken in de stad die open staan voor kruisbestuiving moet aangezwengeld worden (etnische gemeenschappen, jongerennetwerken, stadsactivisten, kunstenaarscollectieven, lokale platformen, wijkcomités, e.d.).
III. OVER DE WIJKEN EN DE TERRITORIA…
Zinneke heeft steeds gezocht naar een stevige wijkverankering doorheen haar werking. Desalniettemin ontbreekt het nog maar al te vaak aan degelijke diagnoses. Een gebrek aan wijkontwikkelingsvisies vloeit hier uit voort. Lokale partners zijn zelden drager van een dergelijke transversale en intersectoriële visie. Zinneke wil bijdragen tot een stadsproject dat de politieke en administratieve grenzen overstijgt. Tot op heden draagt Zinneke nog veel te weinig bij tot de uitbouw van lokale of stedelijke platforms die wegen op de lokale agenda.
Uitgangspunten:
- De lokale projecten moeten vertrekken vanuit een degelijke socio-demografische kennis. Dit veronderstelt een diagnose van de inzetten, de knelpunten, het potentieel en de lokale actoren.
- De projecten moeten prioritair uitgebouwd worden in de wijken van het centrum, de 19de-eeuwse gordel en alle andere wijken met een belangrijke sociale inzet voor Brussel.
- De projecten moeten nadenken over de juiste afbakening van de te creëren integratieruimte. Zinneke moet een lokale zuurstofbel creëren, zonder te vervallen in een notie van de wijk als gemeenschap of dorp in de stad, en moet bijdragen tot de complexe identiteit van de betrokken wijk(en). De wijken zijn plekken, met bewoners, gebruikers, passanten, in dewelke de lokale competenties zoveel mogelijk moeten worden ingezet.
- De verdere uitbouw van Zinneke moet zich richten op samenwerkingen met het Brusselse hinterland (in het bijzonder de wijken met communautaire spanningen, scherpe sociale tegenstellingen en gebrekkige intergenerationele ontmoetingen).
Voor de editie van 2008 wil Zinneke een vormingenreeks opzetten met lezingen, debatten, workshops en bezoeken, onder andere ook met betrekking tot deze onderwerpen.
IV. OVER DE TOE-EIGENING VAN DE STAD…
De stad inpalmen met repetities in de wijken, nieuwe acties in de publieke ruimte, de uitbouw van een productiecentrum… Meer dan ooit willen we van Zinneke een permanente actor maken in de stad (zonder te verworden tot een cultuurprogrammator of een grote-evenementen-bureau). Maar wat zijn de grenzen? En welke positie in te nemen in de Brusselse kalender? Welke verhoudingen in een dergelijke ontwikkeling op te bouwen met verenigingen, organisaties, instellingen of informele groepen?
Uitgangspunten:
- Zinneke moet zich ontwikkelen via permanente publieke acties.
- Experimentele laboratoria moeten worden georganiseerd rond een aantal Zinnekekunsttechnieken.
- Zinneke kan een steun betekenen voor de lokale projecten die innoverend proberen te werken…
- Zinneke creëert haar discussiekader over de opportuniteit van haar acties in functie van de stedelijke kalender (datum Parade, e.d.). Mogelijkheden worden afgetast na concertatie.
V. OVER HET EVENWICHT TUSSEN FEEST EN SPEKTAKEL…
De Parade is de expressie van het stadsproject dat Zinneke verdedigt. Het gevaar voor esthetische formattering is reëel. Het uittekenen van artistieke krijtlijnen voor elke volgende Parade laat toe om steeds beter te experimenteren met de verzoening tussen de spektakelkwaliteit en het gewenste populaire feestgehalte van het project. Zelfs indien niet alle verlangens gerealiseerd worden, is het belangrijk te zoeken naar parades die een geslaagd feest zijn, dicht bij het publiek en in directe interactie met de stad en de publieke ruimte. Zaak is enkel om het goede evenwicht te vinden tussen de artistieke kwaliteit van het spektakel en het populaire feest in de straat.
Uitgangspunten:
- Het project van het Drieluik is bij deze verworven. Voor de volgende edities wordt nagedacht over andere, bijkomende luiken. De Multiptiek is in aantocht.
- De Parade zelf is een moment van ontmoeting. De actieve en levendige interactie van de paradeurs met het grote publiek moet opgedreven worden.
- De algemene vorm van de Parade moet vanuit deze wens tot ontmoeting vertrekken. Ze moet mede in functie van een nog grotere spontane en feestelijke ontmoeting met het publiek worden uitgedacht.
- Er moet een groot eindfeest komen, bij voorkeur in de straten van het stadscentrum. Dit slotmoment gebeurt op z’n Zinnekes.










